Proces verbaal
Op heden maandag 12 november 1945 verhoorde ik, Marinus Boogaard,
Rechercheur van den Politieken Opsporingsdienst te Rotterdam, tevens onbezoldigd rijksveldwachter te Rotterdam, een man (vrouwe) die opgaf genaamd te zijn:
Zweitse Tjeerd Moes, geboren te Alten-Bochem, 8 september 1910, loodgieter wonende Bergschenhoek, Dorpstraat 95 a
En op de onderstaande hem gestelde ragen de daarachter gestelde antwoorden gaf.
- Zijt gij lid, sympathiserend lid of begunstiger van de N.S.B.? Zo is, sedert wanneer?: __
- Zo neem, zijt gij lid, sympathiserend lid of begunstiger geweest? Zo ja, gedurende welken tijd?: Lid N.S.B. 1933-maart 1944.
- Om welke reden hebt hij bedankt?: Om principiële redenen.
- Hebt gij een functie bekleed bij de N.S.B.? Zo ja, welke, wanneer en waar?: Groepsorganisator
- Zijt gij of waart gij lid van den Nationalen Jeugdstorm, Landwacht, Landstorm Nederland, W.A., S.S., N.S.N.A.P.,N.S.K.K., of dergelijke? Hebt gij als zodanig dienst gedaan? Vrijwillig? Zo ja, in welken rang, wanneer en waar?: Neen
- Zijt gij in Duitse krijgs (civiele) dienst getreden? Zo ja, in welken dienst, waar en gedurende welken tijd?: Neen
- Hebt gij gecollecteerd of gecolporteerd voor de N.S.B. of een neven-organisatie? Neen
- Hebt gij den eed van trouw aan den Führer afgelegd?: Neen
- Is uw echtgenoot, lid, sympathiserend lid, of begunstiger van de N.S.B.? Zo ja, hoe is zijn (haar)naam?: Neen
- Is een van Uw kinderen lid of lid geweest van den Nationalen Jeugdstorm? Zo ja, hoe heten deze kinderen en welke is hun leeftijd?: Neen
- Zijt of waart gij lid van een neven-organisatie van de N.S.B., zoals Nederlandsche Volksdienst, Winterhulp, Rechtsfront, Medisch front, Economisch front, Studenten front, Vervoersfront, Technisch Gilde of Opvoeders gilde? Zoo ja, van welke organisatie?: Lid winterhulp gedurende 2 maanden
- Zijt of waart gij lid van enige Duitse partij of een enige partij, die de Nationaal-socialistische of fascistische beginselen aanhing? Zoo ja, van welke?: Neen
C.B. 1585-5000-12-‘45
- Zijt gij kapitaalkrachtig? Hoe groot is uw vermogen? Hoe is dit belegd? Waar bevinden zich de waardepapieren?: Ongeveer Fl. 6000.—
- Zijt gij eigenaar van onroerende goederen? Zo ja, waar zijn deze gelegen?: Inventaris zaak Dorpsstraat 95 Bergschenhoek en het pand Dorpstraat 95 Bergschenhoek
- Welke schenkingen deed gij aan derden om Uw bezit veilig te stellen?: Neen
- Welke werken hebt gij vrijwillig of in opdracht der Duitsers uitgevoerd?: Neen
- Zijt gij opgetreden als beheerder van vijandelijke vermogens, of als beheerder of liquidateur van Nederlandsche particuliere ondernemingen of vermogens? Zo ja, welke?: Neen
- Zijt gij U bewust, U te hebben gedragen in strijd met de belangen van het Nederlandse Volk?: Neen
- Zijt gij U bewust door Uw handelen of nalaten afbreuk te hebben gedaan aan het verzet tegen den vijand of diens handlangers?: Neen
- Hebt gij nog iets te verklaren? Zie bijgaande verklaringen.
Na voorlezing en volharding tekent verdachte deze verklaring in concept.
Ten aanzien van verdachte geef ik, verbalisant, nog de navolgende bijzonderheden.
- Welke bewijzen van zijn lidmaatschap van c.q. sympathieën voor de N.S.B. of het Duitse regiem werden bij fouillering of huiszoeking aangetroffen en beslag genomen?: ___
- Wat is omtrent verdachte bij den Politieken Opsporingsdienst bekend? Welke is zijn (haar) nationaliteit?: Nederlander.
- Wordt hij (zij) verdacht zich te hebben schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, genoemd in het Besluit Buitengewoon Strafrecht?: ___
- Overige opmerkingen, Is in bewaring kamp Vlaardingen.
Waarvan door mij op ambtseed is opgemaakt en getekend dit proces-verbaal, hetwelk ik sloot op 12 november 1945.
In verband met de invrijheidstelling van verschillende leden der voormalige N.S.B., collaborateurs e.d. wil ondergetekende: J. de Ridder, wachtmeester der Koninklijke Marechaussee te Bergschenhoek, beleefd het navolgende onder Uw aandacht brengen:
“Het betreft hier de gedragingen, tijdens de Bezetting van den politiek geïnterneerden:
Zweitse Tjeerd Moes, geboren te Alten-Bochem (D) / wonende te Bergschenhoek, Dorpstraat 95, althans geïnterneerd in het gevangenkamp te Vlaardingen.
Genoemde Moes is een persoon die de laatste jaren van de Bezetting, verschillende malen goede inlichtingen heeft verschaft aan de Verzetsbeweging hier ter plaatse. Het is meerdere malen voorgekomen, dat door Duitse of N.S.B. instanties bij Moes werd geïnformeerd naar de gedragingen van ambtenaren, verzetsmensen e.d. ter plaatse en hierbij is mij gebleken, dat Moes nooit iets ter nadele van deze personen heeft gezegd. Wel kwam hij mij steeds waarschuwen en de maatregelen konden dan genomen worden die nodig waren.
Ik moet dadelijk opmerken, dat het steeds gevallen- op één na= zijn geweest, waar geen dood mede gemoeid was, doch wel gevangenneming het gevolg kon zijn. Ook heeft hij mij meerdere malen attent gemaakt op de mogelijke komst van Landwachters alhier.
Deze Heeren zochten meestal, zoals bekend, het eerst contact met de plaatselijke N.S.B. leden. De berichten hieromtrent konden dan worden doorgegeven en vooral de mensen van de verzetsbeweging waren dubbel op hun hoede.
Verder kan ik meedelen, dat Moes reeds begin 1943 voor de N.S.B. heeft willen bedanken, indien ik hem daartoe zou aangezet hebben. In die dagen kwam hij namelijk bij mij en deelde mij mede, dat hij van plan was de N.S.B. vaarwel te zeggen. Hij vroeg mij daarbij of dit als ‘laf’ zou gekenschetst worden. Ik heb hem hierop medegedeeld, dat het woord ‘Laf’ niet in het geding was en dat een ieder maar moest handelen naar eer en geweten en dat hij mijn standpunt in deze wist.
Hij verklaarde mij toen niet langer akkoord te kunnen gaan met de gedragingen van de Duitsers.
Enkele dagen daarna kwam hij bij mij en deelde mij mede, dat hij voortaan alles in het werk zou stellen om tegen het vuile en rechteloze in beweging en die van de Duitsers te strijden. Hij zou daartoe lid blijven en mij kennis geven van voorgenomen handelingen van Duitsers of N.S.B.’ers, indien hij zulks te weten zou komen en waartoe hij pogingen in het werk zou stellen. Nogmaals heb ik hem toen gewezen op het feit, dat hij zelf moest weten wat hij deed, doch er van doordrongen moest zijn, dat ik deze houding nooit van hem zou vragen. Sindsdien heeft hij mij, nog meer dan voorheen van elk geval, hoe klein dan ook, mededeling gedaan.

